Ga naar inhoud
A1grammar37 vragen

Questions and negatives with do

Het Engels vormt de vraag en de ontkenning met een hulpwerkwoord; welk nodig is, hangt af van wat de zin al bevat. Hier herhaal je de inversie van be en de modalen en het gebruik van do/does/did.

De regel

Het Engels vormt de vraag en de ontkenning met een hulpwerkwoord; welk nodig is, hangt af van wat de zin al heeft.

Onthoud

  • Een zin met be of een modaal keert vanzelf om: she is late -> is she late.
  • Al het andere leent do, does of did.
  • Zodra een hulpwerkwoord verschijnt, keert het hoofdwerkwoord terug naar de basisvorm.

Veelgemaakte fout om te vermijden

did markeert het verleden al, dus het werkwoord erna staat in het present: did you go, niet did you went.

Test jezelf

Zet vijf zinnen om naar een vraag en een ontkenning, oefen daarna dit onderwerp.

Blijf je vaardigheden ontwikkelen met andere onderwerpen van dit niveau.