Ga naar inhoud
A1grammar46 vragen

Basic prepositions

De basisvoorzetsels (at, on, in) dragen tijd en plaats en elk tekent een ander beeld: een punt, een oppervlak, een gesloten ruimte. Hier herhaal je de ladder at/on/in voor plaats en voor tijd.

De regel

De basisvoorzetsels dragen tijd en plaats en elk tekent een ander beeld: een punt, een oppervlak, een gesloten ruimte.

Onthoud

  • at is een punt: at six, at the door. on is een oppervlak of een dag: on the table, on Monday.
  • in is een gesloten ruimte of een langere periode: in the drawer, in April, in 2026.
  • Beweging met to, into en onto; positie met at, in en on.

Veelgemaakte fout om te vermijden

Tijd en plaats volgen dezelfde ladder at/on/in van smal naar breed; een voorzetsel dat alleen als plaatswoord is geleerd, is in een tijdsbepaling toch fout.

Test jezelf

Verdeel de kaarten in tijd en plaats en oefen tot het beeld voor het woord komt.

Blijf je vaardigheden ontwikkelen met andere onderwerpen van dit niveau.